Groten zijn vanaf nu woudapen

JNM Antwerpen

5fc2dfaf-9b2b-4b08-a4a4-658ce50f26a9

Vanaf dit jaar spreken we niet meer over de groep 'groten', maar over de 'woudapen'! Lees alles over de woudaap in dit nieuwsje!

De woudaap

De Woudaap is de kleinste reiger van België én van Europa. Hij meet slechts 25 tot 36 cm en is daarmee ongeveer zo groot als een Meerkoet, Torenvalk, Vlaamse gaai of Waterhoen.

De betekenis van zijn naam

De vroegere Latijnse naam van de woudaap was Botaurus minutus. Tegenwoordig wordt hij ingedeeld als Ixobrychus minutus, maar beide namen vertellen iets interessants over de soort.

Botaurus minutus

Botaurus is de geslachtsnaam van de roerdompen, waaronder de bekende Roerdomp.De naam komt uit het Middeleeuws Latijn en wordt vaak opgesplitst in bos (os, rund) en taurus (stier). Dat verwijst naar het lage, dreunende “loeiende” geluid van de roerdomp, dat vroeger aan het geloei van runderen deed denken. Minutus betekent in het Latijn “klein”. De letterlijke betekenis van Botaurus minutus is dus: “kleine roerdomp”.

Ixobrychus minutus

Later werd de soort in een apart geslacht ondergebracht: Ixobrychus. Die naam komt uit het Grieks:

  • ixos = riet

  • brychein = brullen of loeien

Vrij vertaald betekent dit “brullende rietvogel”. Samen met minutus krijg je dus: “kleine brullende rietvogel”.

Een zomergast in België

De woudaap is in België een echte zomergast. De winter brengt hij door ten zuiden van de Sahara in Afrika. De meeste vogels keren in mei terug naar onze streken. De mannetjes arriveren meestal eerst om een territorium in het riet te bezetten.Het broedseizoen loopt van mei tot juli.

Een dieptepunt in de jaren 80 en 90

In de jaren 70 kende de soort nog een sterke periode met ongeveer zestig broedparen in Vlaanderen. Maar in de jaren 80 en 90 volgde een dramatische terugval. In sommige jaren waren er zelfs geen vaste broedplaatsen meer en broedden slechts enkele koppels sporadisch. Die achteruitgang had verschillende oorzaken:

Verdwijning van moerassen

Veel wetlands en rietgebieden werden drooggelegd voor landbouw en bebouwing. Daardoor verdwenen natuurlijke overstromingszones en vaste waterlichamen.

Watervervuiling en eutrofiëring

Door slechte waterkwaliteit daalde het aantal vissen en andere prooidieren. Rietvelden verouderden of stierven af.

Intensiever waterbeheer

Schommelende waterpeilen zorgden ervoor dat nesten overstroomden of dat broedplaatsen plots droogvielen. Ook verdwenen ondiepe zones waar de woudaap jaagt.

Droogte in de Sahel

In de jaren 70 kreeg de Sahel – de overgangszone ten zuiden van de Sahara – te maken met extreme droogte. Waar het in de jaren 50 en 60 relatief nat was, werd het vijftien jaar later uitzonderlijk droog. Dat had een negatieve impact op overwinterende populaties.

Voorzichtig herstel

Tussen 2005 en 2017 zagen we opnieuw een stijging in het aantal broedparen: van 9 koppels in 2005 tot ongeveer 50 in 2014, waarna het aantal terugviel naar 33 in 2017.Globaal gezien is dit een duidelijke verbetering sinds 2000. Dat herstel is te danken aan:

  • betere waterzuivering

  • gericht natuur- en moerasherstel

  • aangepast waterbeheer

Ook klimaatopwarming heeft deels een positief effect. Zachtere lentes zorgen voor minder kans op vorst bij aankomst en een snellere ontwikkeling van voedselbronnen. Tegelijk kunnen extreme droogte of zware regenperiodes – zowel hier als in Afrika – opnieuw problemen veroorzaken. Extremen blijven nadelig.

Waar kan je de woudaap zien?

De soort blijft zeldzaam en is moeilijk te vinden. Je moet goed tussen het riet speuren of geluk hebben dat een vogel aan de rand van het riet foerageert.
In Vlaanderen kan dat onder andere in Kallo, Lier, Harelbeke, Willebroek, Heverlee en Kruibeke, maar ook in andere geschikte moerasgebieden.
Woudapen jagen vaak vanaf een rietstengel, een overhangende tak of de oever. Op het menu staan kleine vissen, amfibieën en allerlei ongewervelden.

Hoe herken je hem?

De woudaap is te herkennen aan:

  • een duidelijke lichte vleugelvlek (goed zichtbaar in vlucht)

  • groene poten

  • een stevige hals

  • een gele snavel

  • een gestreepte borst

  • een gevlekte, bruinachtige rug

Door zijn schutkleur en zijn stilstaande “paalhouding” in het riet is hij echter verrassend goed gecamoufleerd.