Natuurbeheer

Natuurbeheer is naast natuurstudie en milieu een van de drie inhoudelijke thema’s van JNM, maar wat betekent het precies? Natuurbeheer kan men omschrijven als het ingrijpen van de mens in de natuur met als doel de biodiversiteit in stand te houden of te herstellen. Misschien lijkt dat contradictorisch, is de natuur immers niet beter af zonder menselijke verstoring? Het tegengestelde is waar, zonder gericht natuurbeheer zou een groot deel van onze biodiversiteit verdwijnen. Natuurbeheer is essentieel om de verscheidenheid aan natuur in ons dichtbebouwde Belgenlandje te bewaren. 

De meest typische voorbeelden van natuurbeheer zijn heide- en graslandbeheer. Onze heide en onze graslanden zouden niet kunnen voortbestaan als natuurbeheerders deze biotopen niet open zouden houden, want anders zouden deze waardevolle habitats simpelweg verbossen. Daarbij komt nog eens de dreiging van artificiële stikstofaanrijking, waardoor de bodems in deze gebieden voedselrijker worden en verschralingsbeheer ingezet moet worden. Ook bosbeheer is een klassieker binnen het natuurbeheer, met als uniek aspect dat houtproductie en natuurbescherming hierbij met elkaar verzoend moeten worden. Deze vormen van beheer gaan vaak gepaard met intensieve handenarbeid op het terrein, uiteraard volgens een goed doordacht beheerplan. 
Maar natuurbeheer gaat veel verder dan het in goede staat houden van onze typische biotopen. Ook begrazing, herintroductie van soorten, exotenbestrijding, genenbeheer, waterbeheer, wildbeheer en actuele onderwerpen als rewilding vallen onder natuurbeheer. Natuurbeheer is dus een breed onderwerp met aspecten al even divers als de natuur die we ermee willen behouden. 

Binnen JNM komt natuurbeheer in al zijn facetten aan bod. Een typische beheeractiviteit bestaat uit een dag hard zwoegen in een natuurgebied, uiteraard inclusief een lekkere maaltijd om terug op krachten te komen. Knotten, boomopslag verwijderen, exotenbestrijding, bomen vellen of helpen bij het herstel van heide, het kan allemaal. Daarbij geldt: jong geleerd is oud gedaan. Onze leden worden al vanaf hun jaren als pieper actief betrokken bij natuurbeheer op het terrein, en wie verder wil gaan, kan als gewoon lid leren hoe je veilig moet omgaan met een bosmaaier of een kettingzaag. Maar het is niet al werken wat de klok slaat: ook excursies, debatten en lezingen over natuurbeheer behoren tot ons aanbod. En op geen enkele activiteit ontbreekt een stevige plezierfactor, want natuurbeheer, dat is in de eerste plaats ook gewoon plezant en het geeft veel voldoening. 

De Natuurbeheerwerkgroep van JNM (BWG)

In alle afdelingen garandeert een beheerverantwoordelijke een voldoende aantal kwalitatief sterke natuurbeheeractiviteiten. Op nationaal niveau waakt de Beheerwerkgroep over natuurbeheer binnen heel JNM. Onder het motto ‘Goe’ werken, goe’ eten’ organiseren zij werkdagen en -weekendjes waarop alle JNM’ers welkom zijn om de handen uit de mouwen te steken, maar evengoed zorgen ze voor inhoudelijk sterke excursies en soiréetjes waarop het verhaal achter alsook een stevige portie gefilosofeer over beheer aan bod komen. Daarnaast ondersteunen ze de afdelingen op inhoudelijk vlak met allerlei projecten. 

Het hoogtepunt voor elke JNM’er met een passie voor natuurbeheer blijven echter onze werkkampen. Ieder jaar gaan er verschillende kampen door waarop onze leden zich voor een langere periode kunnen inzetten voor het natuurbeheer van een bepaald gebied (of ruimere regio). De traditionele vier grote beheerkampen gaan ieder jaar door en staan open voor JNM’ers van alle afdelingen. Hieronder worden ze alle vier even kort beschreven.

Enkele natuurbeheer-hoogtepunten

KnotKaterKamp (globaal voorjaar):

Voor het eerste grote beheerkamp van het jaar zakken JNM’ers van overal al sinds 1997 af naar Zuidwest-Brabant. Gedurende vijf dagen verschansen we ons in een knoestige knotboom, nemen we een kniptang of zaag ter hand en gaan we aan de slag als knotboomcoiffeur. Knotbomen moeten ongeveer om de acht à tien jaar geknot worden, anders scheuren ze onder het gewicht van hun eigen takken en sterven ze. Dat zou jammer zijn, want voor allerlei vogels, insecten, enz. is zo’n knotboom het ideale huis.

Cassenbroek (eind juli):

Dit is het werkkamp voor wie niet vies is om nat en vuil te worden. Op dit kamp wordt er immers gewerkt op een van de enige trilvenen van Europa. ’s Avonds kruipen we rond het kampvuur voor een gezellige avond met de hele bende. 

Sint-Pietersbergkamp (eerste helft van augustus):

Op dit oudste, langste en meest prestigieuze beheerkamp dat onze jeugdbond te bieden heeft, beheren we de kalkgraslanden op zowel de Limburgse als de Waalse zijde van de legendarische Sint-Pietersberg, en natuurlijk ook de prachtige graslanden van de Tiendeberg. In dit reservaat begon de JNM eind jaren 1970 met graslandbeheer. Intussen is het uitgegroeid tot een extreem biodivers stukje natuur dat soms wel eens ‘het waardevolste natuurgebied van Vlaanderen’ wordt genoemd. Dit kamp gaat bovendien door in een adembenemend mooie streek vol oehoes, dassen en een uitzonderlijke rijkdom aan planten en insecten. Met meer dan 40 jaar traditie in deze streek, zijn onze JNM-kampen de ideale gelegenheid om deze prachtige regio te verkennen.

Zeggekamp (eerste helft van augustus):

Al 35 jaar steken we de handen uit de mouwen in De Zegge te Geel, het oudste Vlaamse natuurreservaat. De unieke laagveenmoerassen waar we op werken, zijn de thuis van ringslangen, zeldzame plantensoorten en veel watervogels en libellen. Meer dan 100 ha aan ontoegankelijke natuur ligt op je te wachten.