Nieuw!
natuurstudie/milieu: Wateronderzoek
Clara Schurmans
Waterkwaliteit bepalen op basis van de beestjes
- Doelgroep
- Piep, Ini, Gewoon lid
- Aantal deelnemers
- Aantal deelnemers: 1 tot oneindig
- Aantal begeleiders
- Aantal begeleiders: 1 tot oneindig
- Thema
- Natuur, Milieu
- Terrein
- Natuur
- Seizoen
- Lente, Herfst
- Benodigdheden
- waternetjes of ijzer vergiet met grotere gaten, biotische index, determinatiesleutels, witte bakjes, schaaltjes (eventueel wit papier voor eronder), loepjes/loeppotjes
(Deze activiteitenfiche volgt verder uit degene van Mathias Balcaen #credits)
locatie
Stilstaand water!
Algemeen verloop
Dit is een activiteit die relatief weinig voorbereiding vergt, enkel het juiste materiaal volstaat. Het doel is om de waterkwaliteit te bepalen, hiervoor ga je zoveel mogelijk beestjes vangen en determineren. Je noteert het aantal soorten in de invultabel die onderaan beschikbaar staat.
Een soort is dus niet het aantal beestjes dat je determineert maar het aantal verschillende soorten. Bijvoorbeeld je hebt een bloedzuiger gevonden, deze determineer je en je vind dat het een vissenbloedzuiger is. Dat is dan 1 soort bij de bloedzuigers, vind je dezelfde opnieuw dan telt dit niet als +1, enkel als het een andere soort is zoals een tweeogige bloedzuiger.
Zo kan je tenslotte het totaal aantal gevonden soorten optellen.
Dan kijk je bij de biotische index: links moet je kijken welke van de beestjes je hebt gevangen, degene met de laagste tolerantieklasse telt. Vb. je hebt een kokerjuffer gevangen maar ook een nimf van een ééndagsvlieg, dan pak je de kolom van de kokerjuffer omdat deze een lagere tolerantieklasse heeft (kan dus niet goed tegen vervuiling).
Daarna kijk je bij S.E, dit zijn de totaal aantal soorten dat je van dat beestje hebt gevangen (in ons geval dus de kokerjuffer). Daar kan je dus enkel zeggen dat je 1 soort hebt of meer dan 1.
Ten slotte lees je bij je totaal aantal soorten de biotische index af: 10 is zeer goede kwaliteit en 0 dus absoluut niet.
achtergrond
In België kom je niet vaker hoger dan 7 qua biotische index. Het is dus ook heel interessant om verschillende stilstaande waters te doen op 1 activiteit, zo kan je je bevindingen vergelijken.
Eventueel speculeren waarom het zo is, vb naast een akker met veel meststoffen die afstromen. Hierdoor krijg je algenbloei en zou je denken planten maken toch meer zuurstof! Dat is ook waar maar doordat er meer algen zijn worden er minder algen opgegeten en zakken dode algen naar de bodem. Hier vieren de bacteriën een feestje en breken dit af, zij verbruiken zuurstof. En minder zuurstof betekent dat er minder beestjes kunnen overleven in het water dus lagere waterkwaliteit. Enkel larven van zweefvliegen zijn echte strijders. Zij hebben een aanpassing tegen het zuurstof tekort namelijk een zeer lange telescopische adembuis die boven water wordt gestoken. Vandaar worden ze ookwel rattenstaartlarven genoemd. Toffe beestjes.
Documenten
Hier is een link naar de sharepoint waar de documenten op staan: